Voordat een dierenfysiotherapeut een paard gaat behandelen moet eerst een fysiotherapeutisch onderzoek uitgevoerd worden. Aan de hand daarvan kan bepaald worden of en wat er behandeld kan worden.
Het onderzoek bestaat uit een vraaggesprek, inspectie, palpatie (aftasten) van het paard, monsteren op harde bodem, eventueel longeren of rijden, wederom palpatie en passief onderzoek van het paard, waarbij gelet wordt op mobiliteit, pijn, spierspanning en coördinatie. Na het onderzoek wordt een diagnose gesteld door de dierenfysiotherapeut. Aan de hand van deze diagnose wordt een behandelplan opgesteld. Er wordt gekozen voor één of meerdere behandelmethoden. De behandelfrequentie wordt vastgesteld en er wordt een prognose gemaakt. Tevens wordt er goed overleg gevoerd met de eigenaar of ruiter over zijn of haar rol in het herstelproces van het paard.
De dierenfysiotherapeut rapporteert aan de verwijzend dierenarts wanneer de behandeling is afgesloten.
Om herhaling van de klachten te voorkomen is het belangrijk de oorzaak te achterhalen en te zoeken naar oplossingen. Hierbij kan ook gedacht worden aan behandeling van het gebit, correct hoefbeslag een, goed passend zadel en het verbeteren van de rijkunst van de ruiterEen dierenfysiotherapeut heeft een aantal behandelmogelijkheden:
Curatief en Preventief
Indien de dierenfysiotherapeut een paard met blessures of stoornissen aan het bewegingsapparaat behandelt spreekt men van curatieve zorg.
Preventieve zorg is ook mogelijk. De behandeling bestaat dan grotendeels uit sportmedische begeleiding, al dan niet in samenwerking met een dierenarts en/of trainer.